|


| |
Elektriciteit
(VCA Hoofdstuk 10)
Indeling:
|
10.1 Inleiding
|
|
10.2 Risico's van elektriciteit
|
|
10.3 Statische elektriciteit
|
|
10.4 Normen voor elektriciteit
|
|
10.5 Veiligheidsaarding
|
|
10.6 Beveiligingsmaatregelen
|
|
10.7 Beheersmaatregelen
|
|
|
10.1 Inleiding:
Van elektrische energie wordt 24 uur per dag gebruik gemaakt.
Elektrische energie
wordt o.a. toegepast voor verwarming en verlichting van
gebouwen, voor straatverlichting, aandrijving van machines en huishoudelijke
apparaten. Elektriciteit is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Overal
hebben we er mee te maken.
Ondanks dat we met de gevaren van elektriciteit zijn
opgegroeid en het allemaal als
vanzelfsprekend ervaren wordt, gebeuren er jaarlijks nog
teveel ongevallen met min of meer ernstige gevolgen. In dit hoofdstuk besteden we aandacht
aan elektrische risico's. Alleen door het verstandig omgaan met deze risico's (
het beheersen van de risico's) kunnen we het aantal ongevallen per jaar
verminderen.
|
|
10.2 Risico's van elektriciteit
Het gebruik van elektrische energie is zo vanzelfsprekend
geworden dat de risico's
hierbij wel eens vergeten worden. Elk jaar leidt het gebruik
van elektriciteit nog
regelmatig tot ernstige ongevallen al dan niet met dodelijke
afloop.
Oorzaken hiervan kunnen zijn:
| - slecht onderhouden of beschadigd elektrisch gereedschap of apparatuur;
|
| - ondeskundig handelen;
|
| - het ontbreken van aardverbindingen;
|
| - ongewilde aanraking van onder spanning staande delen.
|
De gevaren die hierbij kunnen optreden, zijn:
| - stroomdoorgang door het lichaam;
|
| - brand en explosiegevaar;
|
| - nevengevaren, doordat iemand plotseling onder stroom komt te staan kan
dit leiden
tot een schrikreactie, waardoor een gevaarlijke situatie ontstaat.
|
We spreken van een veilige elektrische installatie, als
bovengenoemde gevaren tot een
minimum zijn beperkt.
|
|
10.2.1 Stroomdoorgang door het lichaam
Bij stroomdoorgang door het lichaam kunnen de gevolgen voor
de mens verschillend zijn, van een lichte nauwelijks merkbare prikkeling tot
hartstilstand. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de gevaren
voor de mens bij verschillende stroomsterkten.
Tabel
Stroomsterkte in het
lichaam
Gevolgen voor de mens
| 0 tot 2 mA |
prikkelend gevoel
|
| 2 tot 10 mA
|
Kramp in de onderarm
|
| loslaten
van de spanningsdraad is nog met moeite mogelijk
|
| 10 tot 20 mA
|
Kramp
|
| loslaten
van de spanningsdraad is niet meer mogelijk
|
| 20 tot 30 mA
|
Ademnood:
|
| bij ontbreken van directe hulp is verstikking het gevolg
|
| 30 tot 100 mA
|
Ernstige ademnood
|
| verstikking
volgt meestal direct
|
| meer dan 100 mA
|
Meestal dodelijk
|
|
De gevolgen van stroomdoorgang door het lichaam zullen per
situatie verschillend zijn.
Onderstaande factoren kunnen daarbij een rol spelen:
|
-
de stroomsterkte;
|
|
-
de spanning (wisselspanning kan vanaf 50 V dodelijk zijn,
gelijkspanning vanaf 120 V);
|
|
-
de duur van de stroomdoorgang door het lichaam;
|
|
-
de weg van de stroom door het lichaam;
|
|
-
de conditie van de getroffene;
|
|
-
omgevingsfactoren (temperatuur, vochtigheid, vloerweerstand).
|
Van bovengenoemde factoren heeft de stroomsterkte de meeste
invloed .
Een geringe stroomsterkte van 0,2 tot 2 mA geeft een
prikkelend gevoel. Wordt de stroomsterkte opgevoerd, dan gaat het prikkelend gevoel over
in spierkramp.
Op een gegeven moment is men niet meer in staat om een in de
hand hebbend, onder spanning staand voorwerp los te laten. De stroomsterkte
waarbij dit plaats vindt noemen we de grensstroomsterkte. Deze kan variëren van 10 tot 20
mA.
Bij hogere stroomsterkten wordt de ademhaling belemmerd en
verkrampt de hartspier.
Hierbij kan hartfibrillatie optreden, waardoor de
bloedsomloop stopt, dit leidt in het ergste geval tot de dood. Wespreken dan van elektrocutie.
Dit gebeurt bij een gemiddelde stroomsterkte van 100 mA.
Elektrische stroom zoekt altijd de weg van de minste
weerstand. Het is daarom van
belang om elektrische apparaten goed te aarden. De stroom zal
dan via de aardleiding naar de aarde wegvloeien.
Door een fout of beschadiging kan een apparaat onder spanning
komen te staan. Bij aanraking kan de stroom de weg door het lichaam kiezen. De
huid biedt immers weinig weerstand tegen de stroom. De stroom zal bij een vochtige
huid minder weerstand ondervinden dan bij een droge huid.
Ook het dragen van slecht isolerende kleding en schoeisel of
het zich bevinden in een
vochtige ruimte of het staan op een geleidende vloer verlagen
de weerstand die de stroom ontmoet. Dus meer kans op ongelukken. Verder speelt
ook de grootte van het aanrakingsvlak met de stroom nog een rol.
|
|
10.2.2 Brand en explosiegevaar
Het sluiten en verbreken van een stroomkring kan leiden tot
een vlamboog, Hierbij kan
zoveel hitte ontwikkeld worden dat metaal smelt of zelfs
verdampt. Het principe van
elektrisch lassen is hierop gebaseerd. Een ander voorbeeld
van een vlamboog is de
bliksem. Wie dan te dichtbij is, loopt kans op ernstige
brandwonden.
Elektrische vonken kunnen in ruimten met hoge
stofconcentraties of ruimte waar met
brandgevaarlijke stoffen wordt gewerkt leiden tot
explosiegevaar. Daarom gelden voor
schakel en verlichtingsonderdelen in deze ruimten speciale
eisen. Deze zijn te vinden in
de NEN-norm 1010.
|
|
10.2.3 Nevengevaren door schrikreactie bij blootstelling aan
een elektrische schok
Blootstelling aan elektrische stroomdoorgang, waarbij de
stroomsterkte minimaal is,
b. v. 1 mA, kan leiden tot een schrikreactie van de
getroffene, waardoor deze een ongecontroleerde beweging kan maken of het
evenwicht verliezen. Dit kan tot een gevaarlijke situatie leiden, b. v. als de
getroffene op een ladder staat.
|
10.3 Statische elektriciteit
Statische elektriciteit ontstaat door wrijving tussen lucht,
stoffen, materialen en voorwerpen. Daardoor wordt een voorwerp of stof
elektrisch geladen. Wanneer de elektrische lading in dat voorwerp of stof te
groot wordt, kan deze zich ontladen door het overspringen van vonken. Deze
vonken kunnen een explosie veroorzaken bij o.a. een explosief damp
lucht mengsel.
Voorbeelden waarbij een elektrische ontlading kan optreden:
| - bij het verlaten van een auto tussen bestuurder en portier, in het
bijzonder bij droog
weer
|
| - bij het transporteren van vloeistoffen door leidingen;
|
| - bij het afzuigen van stoffen {b. v. houtstof in een timmerfabriek).
|
De gevolgen van statische elektriciteit kunnen we voorkomen
door o.a. :
| - het beperken van de stroomsnelheid van de vloeistof;
|
| - het aarden van pijpleidingen, tanks en vaten;
|
| - het toevoegen van anti-statische dope aan de vloeistof.
|
|
|
10.4
Normen van elektriciteit
Het werken met elektriciteit is gebonden aan eisen. Deze zijn
vastgelegd in het Arbo-besluit. Enkele van deze eisen m.b.t. veilig werken met
elektriciteit zijn:
| - elektrische installaties moeten veilig zijn;
|
| - werkzaamheden aan elektrische installaties moeten en veilig
en door deskundig en voldoend onderrichte personen worden uitgevoerd;
|
| - het werken aan of in de nabijheid van een elektrische
installatie die onderspanning staat is niet toegestaan.
|
In de NEN-bladen zijn deze eisen uitgewerkt in voorschriften.
De belangrijkste NEN-bladen m.b.t. elektriciteit zijn de NEN-bladen, NEN 1010 en
NEN 3140.
|
NEN 1010
In NEN 1010 staan veiligheidsvoorschriften voor
laagspanningsinstallaties. Verder zijn
in deze norm een aantal bepalingen opgenomen over voldoende
bescherming tegen
aanraking van spanningsvoerende delen.
Hierin onderscheidt men een drietal beschermingsmethoden, n.l.:
- bescherming tegen directe en indirecte aanraking; De benodigde veiligheidsmaatregelen
zijn afhankelijk van de gebruikte spanning. Hierbij wordt een onderscheid
gemaakt tussen laagspanning en hoogspanning.
Gezonde mensen ondervingen in het algemeen geen nadelige
gevolgen bij een
wisselspanning tot 50 V (tussen fase en aarde) of een
gelijkspanning tot 120V (tussen fase en aarde). We spreken dan van een veilige spanning.
-
bescherming tegen directe aanraking; Hierbij wordt gebruik gem4akt van
maatregelen om iemand op afstandt houden van
spanningsvoerende delen d.m.v.
afscherming, omhulsel en isolatie. Als extra
bescherming zijn tegenwoordig
elektrische installaties voorzien van aardlekschakelaars. De aardlekschakelaars
meet het verschil tussen de in en uitgaande stroom. Als het verschil boven een
bepaalde grenswaarde komt, schakelt de aardlekschakelaar de stroom af.
-
bescherming tegen indirecte aanraking; Een mogelijke beschermingsmethode is het automatisch
uitschakelen van de voedIng.
Ook dubbel geïsoleerde elektrische gereedschappen bieden een
bescherming tegen
indirecte aanraking. Hierbij is de buitenkant van het
elektrisch gereedschap voorzien
van een extra isolatielaag. Bij kortsluiting komt het
gereedschap zelf niet onder
spanning te staan. Dubbel geïsoleerde gereedschappen zijn
voorzien van het onder
staand keuringsteken:
Let op !! Een dubbel geïsoleerd apparaat mag nooit voorzien
zijn van een stekker met
randaarde. De isolatie werkt dan weer onveilig.
Elektrotechnische apparaten moeten voldoen aan de nodige
veiligheidseisen. Een
elektrisch apparaat, voorzien van een CE-keurmerk, voldoet
aan de minimale veiligheidseisen.
NEN 3140 Bedrijfsvoering van elektrische installaties – aanvullende
Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties
Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en besluit moet de
werkgever zorgen voor veilige elektrische installaties. Tevens moet hij
zorgdragen, dat elektrotechnische werkzaamheden veilig en door deskundig
personeel worden uitgevoerd. Weernemer moet op zijn beurt de regels voor het
veilig werken volgen. Het overtreden van de Arbo-wet is een economisch delict en
kan leiden tot stilleggen van de onderneming, boetes, een strafblad en
gevangenisstraf
NEN 3140
In de norm NEN 3140 staan de veiligheidsvoorschriften m.b.t.
de werkzaamheden aan
of in de omgeving van laagspanningsinstallaties. Dit zijn
installaties waarbij :
-
de wisselspanning tussen de fasen niet hoger is dan 1000 V;
-
bij gelijkspanning de spanning tussen de polen niet hoger dan
1500 V.
Ook zijn in de norm procedures vastgelegd voor
bedrijfsvoering, beheer, onderhoud en
inspecties van elektrische installaties en procedures voor
het gebruik, het onderhoud, de
inspectie en het beheer van elektrische arbeidsmiddelen.
Elektrische arbeidsmiddelen zijn gebruikte apparaten,
gereedschappen, persoonlijke
beschermingsmiddelen die, door de aard van hun gebruik of
omgevingsfactoren een
elektrisch veiligheidsrisico kunnen opleveren.
Onder bedrijfsvoering verstaan we de handelingen die nodig
zijn om een elektrische
installatie te laten werken, bijv .; schakelen, onderhoud en
alle andere werkzaamheden.
In de norm wordt tevens aangegeven welke eisen worden gesteld
aan de opleiding en
kennis van de personen die deze werkzaamheden verrichten.
|
|
10.5 Veiligheidsaarding
Wanneer bijvoorbeeld de isolatie van een stroomdraad is
beschadigd, bestaat de kans
dat de uitwendige delen van een elektrisch apparaat onder
spanning komen te staan. Aanraking is in zo'n gevallevensgevaarlijk, want de
stroom zal dan via het lichaam naar de aarde wegvloeien.
Om dit te voorkomen wordt het elektrisch apparaat geaard d.m.v.
een aardleiding. Daardoor zal bij een elektrisch apparaat dat onder spanning
komt te staan, de stroom de weg van de minste weerstand kiezen, dus de weg via
deze aardleiding naar de aarde.
Daar bij het werken met elektrische gereedschappen op stalen
steigers en in stalen
containers gevaar van elektrocutie kan optreden, moeten ook
deze geaard worden. Dit
moet uitgevoerd worden door een vakbekwaam persoon.
|
|
10.6 Beveiligingsmaatregelen
Bij het werken aan elektrische installaties of apparaten
kunnen de volgende maatregelen
genomen worden voor bescherming tegen elektrische risico's:
| - maak gebruik van een veilige spanning;
|
| - schakelaars, waarmee afgeschakeld is, moeten beveiligd zijn
tegen ongewild inschakelen. Dit kan door sloten op de schakelaars.
|
| - als er in de directe omgeving spanningsvoerende delen
aanwezig zijn, moeten deze afgeschermd worden ter voorkoming van
aanrakingsgevaar;
|
| - gebruik altijd goed onderhouden en goedgekeurd
geïsoleerdgereedschap;
|
| - gebruik geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen
(Let
op! ! Draag nooit metalen sieraden);
|
| - breng beveiligingen aan in installaties;
|
| - zorg zonodig voor aarding van de installatie |
|
|
10.7 Beheersmaatregelen
|
|
10.7.1 Controle van elektrotechnisch materieel
Om elektrische ongevallen tot een minimum te beperken is in
de norm NEN 3140 voorgeschreven dat elektrisch handgereedschap, persoonlijke
beschermingsmiddelen, verplaatsbare elektrische apparaten e.d. eenmaal per jaar
op veilig gebruik gecontroleerd moeten worden. Ook na reparatie moet er een
controle uitgevoerd worden.
Deze controle bestaat uit:
| - een controle door meting en beproeving;
|
| - visuele controle.
|
Controle door meting en beproeving houdt o.a. in:
| - het doormeten van de weerstand van beschermingsleidingen;
|
| - het meten van de isolatieweerstand van wanden en vloeren;
|
| - het meten van de isolatiewaarde van de isolatie van de
apparatuur;
|
| - het testen van de aardlekschakelaar;
|
| - het testen van de installatie of het apparaat op de goede
werking.
|
Bij visuele controle moet o.a. gelet worden op:
| - de toegankelijkheid van de installatie of het apparaat;
|
| - of de aardleiding nog in tact is;
|
| - of het apparaat of de installatie mechanisch in orde is.
|
De resultaten van de controles moeten vermeld worden in een
register en/of d.m.v. een
stIcker op het materieel worden aangegeven.
Elektrische installaties moeten periodiek op veilig gebruik
worden geïnspecteerd aan de
hand van de veiligheidsbepalingen. Voor installaties van
transportinrichting, hefwerktuigen en elektrische bediende afsluitingen is dit
ten minste eenmaal per jaar.; Overige
installaties ten minste éénmaal per vijfjaar.
De inspectie bestaat ook weer uit een visuele inspectie en
een inspectie door meting of
beproeving, overeenkomstig de bepalingen in de norm NEN 3140.
|
|
10.7.2
Tijdelijk elektrotechnisch materieel
Beheersmaatregelen om risico's bij het werken met
verplaatsbare elektrisch apparatuur en kabels voor tijdelijke voorzieningen te
beperken:
| -
voorkom dat stroomkabels en elektriciteitsleidingen rond slingeren over
de grond i.v.m. struikelgevaar, ook kunnen ze beschadigd worden door scherpe
voorwerpen.
Zorg voor voldoende bescherming;
|
| -
zorg voor voldoende trekkrachtontlasting van de kabels en leidingen,
zodat de verbinding niet onverwachts verbroken kan worden;
|
| -
bij gebruik van kabelhaspels moeten deze volledig uitgerold worden i.v.m
oververhitting van de kabels;
|
| - gebruik goed onderhouden snoeren en kabels, bij beschadiging deze direct
vernieuwen;
|
| - werk uitsluitend met dubbel geïsoleerd elektrisch handgereedschap;
|
| - bij aansluiting van verplaatsbare elektrische apparatuur, moet door
meting vast gesteld worden welke de juiste verbindingen zijn.
Vertrouw nooit op de
gebruikte kleuren. |
| -
na het monteren van verplaatsbare elektrische apparatuur moet men
contoleren of de aardleiding in orde is.
|
Vanuit de Arbo-wet wordt de werkgever verplicht om zorg te
dragen voor de veiligheid,
gezondheid en welzijn van de werknemer. Tot deze
verplichtingen voor de werkgever
behoren ook: voorlichting en onderricht. De werkgever zal bij
introductie van nieuwe
elektrische apparaten en elektrische installaties zijn
werknemers moeten voorlichten
over eventuele gevaren die bij het werken hiermee kunnen
optreden; ook zal hij voor een goede instructie moeten zorgen hoe er mee te
werken.
Ook de werknemers hebben verplichtingen. Ze zijn verplicht de
nodige voorzichtigheid
en zorgvuldigheid in acht te nemen met betrekking tot
veiligheid, gezondheid en welzijn
van henzelf of anderen. Het niet naleven van de wettelijke
verplichtingen door werkgever, maar ook door de werknemer kan beboet worden.
|
|
|
terug.... |
| |
|
|
| |
Zakelijk
Almelo |
|
|
|
|
|
Sponsor Heracles |
 |
|
|
Advertentie(s) |
|
Nieuws |
|
Aggregaten verhuur nu
ook bij Dimotech Almelo |
| |
|
|
|
|
|
|
|
Bel of mail |
 |
 |
Adresgegevens |
|
Telefoon
|
| |
(0546) - 457399 |
| |
mobiel
06-20135686 |
|
Adres |
| |
Twentepoort Oost 42-14 |
| |
7609 RG
Almelo |
|
|
|
 |
|
Het Weer |
|
|