|
Het
Arbo-besluit over de NEN 3140
Artikel
3.4 Elektrische installaties
1.
Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd,
onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo
goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en
beschermingsmaatregelen aangebracht, waaronder worden begrepen
beveiligings-, meet-, controle- en signaleringstoestellen alsmede aarders,
schakelaars, scheiders en contactdozen. Daarbij is rekening gehouden met
bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de
gebruiksomstandigheden en de te verwachten uitwendige invloeden.
2.
In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen
tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en
te dichte nadering.
3. Van iedere
elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema's
beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig
gebruik van de elektrische installatie.
4.
Het derde lid is niet van toepassing op elektrische installaties voor
laagspanning van beperkte omvang.
Artikel
3.5 Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij
een elektrische installatie
1.
Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren
kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe
bevoegde werknemers uitgevoerd.
2.
Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning
bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe
of indirecte aanraking dan wel te dichte nadering, wordt slechts betreden
in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.
3.
Werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie
worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan
of in de nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningloos is.
4.
In aanvulling op het derde lid zijn door de daartoe bevoegde werknemer
tevens doeltreffende maatregelen genomen om een gevaarloos verloop van die
werkzaamheden te waarborgen.
5.
Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op werkzaamheden die
worden verricht aan of in de nabijheid van een elektrische installatie
voor laagspanning, indien:
a.
de dringende noodzaak van het onder spanning uitvoeren van die
werkzaamheden is aangetoond;
b.
tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer
uitdrukkelijk opdracht is gegeven, en
c.
de installatie tevens geschikt is voor het onder spanning uitvoeren van
die werkzaamheden en door de daartoe bevoegde werknemer doeltreffende
maatregelen zijn genomen om de aan die werkzaamheden verbonden gevaren te
voorkomen.
6.
Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op werkzaamheden die
worden uitgevoerd aan of in de nabijheid van een elektrische installatie
voor hoogspanning, bestaande uit:
a.
het nemen en opheffen van veiligheidsmaatregelen, waaronder begrepen het
met geschikt materieel knippen of schieten van kabels;
b.
het uitvoeren van metingen en beproevingen, of
c.
het reinigen van elektrisch materieel.
7.
Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een
elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in het zesde lid,
onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:
a.
tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer
uitdrukkelijk opdracht is gegeven;
b.
gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte reinigings-
en arbeidsmiddelen, en
c.
de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact
staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of
delen daarvan die onder spanning staan.
Beleidsregel
3.4 Arbobesluit
De
normen NEN 1010, NEN 1041, NEN 3134 en NEN 3410 zijn de meest essentiële
normen, die gehanteerd worden bij de inrichting van arbeidsplaatsen en het
veilig gebruik van elektriciteit. De normen zijn door de
Energiedistributiebedrijven opgenomen in hun aansluitvoorwaarden in
verband met de levering van elektrische energie. Ook in de Woningwet i.c.
het Bouwbesluit wordt gerefereerd aan vorengenoemde normen in verband met
het ontwerp en de uitvoering van de elektrische installatie van
bedrijfsgebouwen en overige niet voor bewoning bestemde gebouwen.
NEN
5237 bevat bepalingen voor de installatie, het gebruik en de inspectie van
bedrijfsmatig toegepaste schrikdraadinstallaties.
NEN-EN
50110-1 is een Europese norm op het terrein van bedrijfsvoering van zowel
de elektrische hoog- als laagspanningsinstallaties. Deze norm is afgestemd
op het gemiddelde beschermingsniveau van de bij het Europese Normalisatie
Instituut Cenelec aangesloten landen. Uitvoering van deze norm zou onder
meer voor Nederland een versoepeling betekenen in de bedrijfsvoering van
elektrische installaties. In het kader van de arbeidsomstandigheden is dit
een ongewenste situatie en er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om
aanvullende voorschriften te notificeren bij Cenelec. Alle door de
verschillende landen genotificeerde aanvullende voorschriften zijn
opgenomen in een afzonderlijke Europese norm, te weten NEN-EN 50110-2;
nadrukkelijk wordt dan ook verwezen naar de voor Nederland geldende
aanvullende voorschriften met een hogere prioriteit, welke in deze norm
zijn opgenomen.
NEN
3140 bevat bepalingen omtrent de organisatie van werkzaamheden aan of in
de onmiddellijke omgeving van elektrische laagspanningsinstallaties. De
norm is onderverdeeld in vier secties, die onderling een nauwe samenhang
hebben. In sectie 1, "Algemene bepalingen" zijn de
verantwoordelijkheden en bevoegdheden opgenomen in verband met te
verrichten werkzaamheden zoals aangegeven in de overige secties.
In
het kader van deze beleidsregel is voornamelijk sectie 2 ,"Periodieke
controle, inspectie, onderhoud en reparatie" van NEN 3140 van belang
in verband met de bepaling over het onderhoud van een elektrische
installatie zoals bepaald bij artikel 3.4. van het Arbobesluit.
NEN
3140 is ook genoemd in een beleidsregel op basis van artikel 3.5 van het
Arbobesluit waarin werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden geregeld zijn,
die aan en in de nabijheid van elektrische installaties worden verricht.
De secties 3 en 4 van de onderhavige norm hebben hoofdzakelijk
betrekking
op de bedoelde werkzaamheden.
De
norm NEN 3840 is speciaal ontwikkeld voor de bedrijfsvoering van
elektrische hoogspannings-installaties.
Beleidsregel
3.5 Arbobesluit
NEN-EN
50110-1 is een Europese norm op het terrein van bedrijfsvoering van zowel
de elektrische hoog- als laagspanningsinstallaties. Op die norm zijn door
verschillende landen aanvullende voorschriften genotificeerd, welke zijn
opgenomen in NEN-EN 50110-2. Naar de voor Nederland geldende aanvullende
voorschriften wordt in deze beleidsregel nadrukkelijk verwezen.
De
norm NEN 3140 wordt gehanteerd in verband met elektrotechnische
werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden aan laagspanningsinstallaties en
de daarmee samenhangende bedrijfsvoering op de arbeidsplaats.
NEN
3840 is een nieuwe norm voor de bedrijfsvoering van elektrische
hoogspanningsinstallaties. Met de aanwijziging van deze norm zijn de
verwijzigingen naar de Bedrijfsinstructie ten aanzien van de
hoogspanningsaanleg B.I.H. 1976 en de NEN 1041, komen te vervallen.
|